Peltenburg - Marketing voor de advocatuur

Peltenburg

Marketing voor de advocatuur

Denis Dutton

A Darwinian theory of beauty

Denis Dutton: A Darwinian theory of beauty

TED werkt samen met animator Andrew Park om Denis Dutton's provocatieve schoonheidstheorie - dat kunst, muziek en andere mooie dingen, ver van alleen maar te zitten "in het oog van de toeschouwer", een essentieel onderdeel zijn van de menselijke natuur met diepe evolutionaire wortels.

Transcriptie

Leuk om hier te zijn om met jullie te praten over een onderwerp dat mij na aan het hart ligt, namelijk schoonheid. Ik hou me bezig met de filosofie van kunst en esthetiek, eigenlijk, als broodwinning. Ik probeer filosofisch en psychologisch te begrijpen, wat de ervaring van schoonheid is, wat er verstandig over kan worden gezegd en hoe mensen de weg kwijtraken in het proberen te begrijpen. Nu is dit een uiterst gecompliceerd onderwerp, deels omdat de dingen die we mooi noemen zo verschillend zijn. Denk maar aan de enorme verscheidenheid - een kindergezichtje, Berlioz' "Harold in Italië", films als "The Wizard of Oz", of de toneelstukken van Tsjechov, een Centraal Californisch landschap, een zicht op de Fuji-berg van Hokusai, "Der Rosenkavalier", een prachtig wedstrijdwinnend doelpunt in een wereldbekerwedstrijd, Van Gogh's "Sterrennacht", een roman van Jane Austen, Fred Astaire dansend over het scherm. Deze korte lijst omvat mensen, natuurlijke terreinvormen, kunstwerken en kunstig menselijk handelen. Een uitleg geven die de aanwezigheid van schoonheid in alles op deze lijst verklaart zal niet eenvoudig zijn.

Ik kan jullie echter tenminste een voorproefje geven van wat ik beschouw als de meest krachtige theorie van schoonheid die wij totnogtoe hebben. En we krijgen ze dit keer niet van een kunstfilosoof noch van een postmoderne kunsttheoreticus of een vooraanstaand kunstcriticus. Nee, deze theorie komt van een deskundige in zeepokken, wormen en duiven fokken. En jullie weten wie ik bedoel - Charles Darwin. Natuurlijk, veel mensen denken dat ze het goede antwoord op de vraag "Wat is schoonheid?" al weten. Ze ligt in het oog van de toeschouwer. Het is wat je persoonlijk beweegt. Of, zoals sommige mensen - met name academici - verkiezen, schoonheid ligt in het cultureel geconditioneerde oog van de toeschouwer. Mensen zijn het erover eens dat schilderijen, films of muziek mooi zijn omdat hun culturen de uniformiteit van de esthetische smaak bepalen. Smaak voor zowel natuurlijke schoonheid en de kunsten overbrugt de culturen met groot gemak. Beethoven wordt aanbeden in Japan. Peruanen houden van Japanse houtsneden. Inca-sculpturen worden als schatten beschouwd in Britse musea, terwijl Shakespeare is vertaald in elke grote taal van de aarde. Of denk maar aan Amerikaanse jazz of Amerikaanse films - je vindt ze overal. Er zijn veel verschillen tussen de kunsten, maar er zijn ook universele, cross-culturele esthetische genoegens en waarden.

Hoe kunnen we deze universaliteit verklaren? Het beste antwoord ligt in het proberen de darwinistische evolutionaire geschiedenis van onze artistieke en esthetische smaak te reconstrueren. We moeten proberen te achterhalen hoe onze huidige artistieke smaak en voorkeuren zich hebben ontwikkeld en uitleggen hoe ze zo in onze geesten werden vastgelegd. Door de acties van zowel onze prehistorische, grotendeels Pleistocene omgevingen, waar we volledig mens werden, maar ook door de sociale situaties waarin we evolueerden. Deze 'reverse engineering' kan ook een beroep doen op de hulp van het menselijk archief bewaard in de prehistorie. Ik bedoel fossielen, grotschilderingen enzovoort. En we moeten rekening houden met wat we weten van de esthetische interesses van geïsoleerde groepen van jager-verzamelaars die overleefden tot in de 19e en 20e eeuw.

Ik heb persoonlijk niet de minste twijfel dat de ervaring van schoonheid, met haar emotionele intensiteit en genot, behoort tot onze geëvolueerde menselijke psychologie. De ervaring van schoonheid is een onderdeel in een hele reeks van Darwinistische aanpassingen. Schoonheid is een adaptief gevolg, dat we uitbreiden en intensifiëren in het creëren en het genieten van werken van kunst en vermaak. Zoals velen van jullie wel zullen weten, werkt evolutie middels twee belangrijke primaire mechanismen. De eerste hiervan is natuurlijke selectie - dat is een willekeurige mutatie en selectief behoud - samen met onze anatomie en fysiologie - zoals de evolutie van de alvleesklier of het oog of de vingernagels. Natuurlijke selectie verklaart ook waarom we van bepaalde zaken walgen zoals de vreselijke geur van rottend vlees, of angsten, zoals de angst voor slangen of dicht bij de rand van een klif staan. Natuurlijke selectie verklaart ook genoegens - seksueel genot, onze voorliefde voor zoet, vet en eiwitten, wat op zijn beurt weer al die populaire voedingsmiddelen verklaart, van rijpe vruchten en chocolade tot barbecue-ribben.

Het andere grote principe van de evolutie is de seksuele selectie, die heel anders werkt. De prachtige staart van de pauw is daar het meest bekende voorbeeld van. Die evolueerde niet voor het natuurlijke overleven. In feite gaat die tegen de natuurlijke overleving in. Nee, de pauwenstaart is het resultaat van de paringkeuzes van pauwinnen. Het is een nogal bekend verhaal. Het zijn vrouwen die de geschiedenis richting geven. Darwin zelf had er geen twijfels over dat de pauwenstaart mooi was in de ogen van de pauwin. Hij gebruikte letterlijk dat woord. Met deze ideeën stevig in het achterhoofd, kunnen we zeggen dat de ervaring van schoonheid een van de manieren is waarop de evolutie zorgt voor het opwekken en in stand houden van interesse of fascinatie, zelfs obsessie, om ons aan te moedigen de meest adaptieve beslissingen voor overleving en voortplanting te nemen. Schoonheid is de manier waarop de natuur op afstand te werkt, bij wijze van spreken. Ik bedoel, jullie kunt niet verwachten dat je een adaptief voordelig landschap kan eten. En ook niet je baby of je geliefde. Dus de evolutionaire truc bestaat erin om ze mooi te maken, om ze een soort van magnetisme te laten uitoefenen waardoor het alleen al een genot is naar hen te kijken.

Denk even aan een belangrijke bron van esthetisch plezier, de magnetische aantrekkingskracht van mooie landschappen. Mensen in zeer verschillende culturen over de hele wereld hebben de neiging om te houden van een bepaald soort landschap, een landschap dat toevallig gelijkt op de Pleistocene savannes waarin we zijn geëvolueerd. Dit landschap vind je vandaag nog op kalenders, kaarten, in het ontwerp van golfbanen en openbare parken en in de in goud ingelijste foto's die in huiskamers van New York tot Nieuw-Zeeland hangen. Het is een soort van Hudson River School-landschap met open ruimten van lage grassen afgewisseld met bosjes van bomen. De bomen, tussen haakjes, zien we het liefst met takken tot dicht bij de grond, dat wil zeggen, dat je er makkelijk kon inklimmen in een noodsituatie. Het landschap toont de aanwezigheid van rechtstreeks zichtbaar water, of een teken van water in de blauwachtige verte, aanduidingen van dierlijk leven evenals diverse soorten groen en ten slotte - let op - een pad of een weg, misschien een rivieroever of een kustlijn, die zich uitstrekt in de verte, en je bijna uitnodigt om het te volgen. Dit soort landschap wordt mooi gevonden, zelfs door mensen in landen waar het niet voorkomt. Het ideale savannelandschap is een van de duidelijkste voorbeelden waar mensen van overal schoonheid vinden in een vergelijkbare visuele ervaring.

Maar, zou iemand kunnen beweren, dat is natuurlijke schoonheid. Hoe zit het met artistieke schoonheid? Is dat niet volledig cultureel bepaald? Ik denk het niet. En nogmaals wil ik terug kijken naar de prehistorie om er iets over te zeggen. Het wordt algemeen aangenomen dat de vroegste menselijke kunstwerken de verbazend bekwame grotschilderingen zijn die we allemaal kennen van Lascaux en Chauvet. De grotten van Chauvet zijn ongeveer 32.000 jaar oud, evenals een paar kleine, realistische beelden van vrouwen en dieren uit dezelfde periode. Maar artistieke en decoratieve vaardigheden zijn eigenlijk veel ouder dan dat. Mooie halssnoeren van schelpen die eruit zien als iets wat je zou vinden bij een ambachtenbeurs. Ook oker bodypaint, van ongeveer 100.000 jaar geleden is gevonden.

Maar de meest intrigerende prehistorische artefacten zijn nog ouder dan dit. Ik denk aan de zogenaamde Acheuliaanse vuistbijlen. De oudste stenen werktuigen zijn hakkers uit de Olduvaikloof in Oost-Afrika. Ze gaan ongeveer tot twee en een half miljoen jaar terug. Deze ruwe gereedschappen waren duizenden eeuwen lang te vinden, tot ongeveer 1,4 miljoen jaar geleden toen Homo erectus begon met het vormgeven van losse, dunne stenen messen, soms afgeronde ovalen, maar die vaak voor onze ogen, een boeiend, symmetrisch blad in druppelvorm vertoonden. Deze Acheuliaanse vuistbijlen - ze zijn vernoemd naar Saint-Acheul in Frankrijk, waar ze in de 19de eeuw werden gevonden - zijn met duizenden opgegraven, verspreid over Azië, Europa en Afrika, bijna overal waar Homo erectus en Homo ergaster rondzwierven. Nu, de enorme aantallen van deze vuistbijlen wijzen erop dat ze niet werden gemaakt voor het slachten van dieren. En nog meer evidentie voor deze stelling is dat, in tegenstelling tot andere Pleistocene werktuigen, deze handbijlen vaak geen tekenen van slijtage vertonen op hun tere scherpe kanten. En sommige zijn in elk geval te groot om te gebruiken voor de slagerij. Hun symmetrie, hun aantrekkelijke materialen en, bovenal, hun zorgvuldige afwerking zijn gewoon heel mooi voor onze ogen, zelfs vandaag de dag.

Dus waar dienden deze oude - ik bedoel, ze zijn oud en vreemd, maar ze zijn tegelijkertijd op de een of andere manier vertrouwd - waar dienden deze artefacten voor? Het best beschikbare antwoord is dat ze letterlijk de vroegst bekende kunstwerken zijn, praktische hulpmiddelen getransformeerd tot boeiende esthetische objecten, in aanzien om zowel hun elegante vorm als hun virtuoze vakmanschap. Vuistbijlen bakenen een evolutionaire vooruitgang in de menselijke geschiedenis af- hulpmiddelen gemaakt om te dienen voor wat Darwinisten 'fitnesssignalen' noemen - dat wil zeggen, sierstukken, om te pronken zoals de pauw met zijn staart, met dien verstande dat, in tegenstelling tot haren en veren, de vuistbijlen bewust zijn ontworpen. Competent gemaakt vuistbijlen duidden op wenselijke persoonlijke kwaliteiten- intelligentie, fijne motoriek, het vermogen om te plannen, nauwgezetheid en soms de toegang tot zeldzame materialen. Meer dan tienduizenden generaties lang, verhoogden dergelijke vaardigheden de status van degenen die hen tentoonspreidden en zo een reproductief voordeel kregen over de minder vaardigen. Het is een oud trucje, maar het is aangetoond dat het werkt - "Kom eens naar mijn grot, dan kan ik je mijn vuistbijlen laten zien."

(Gelach)

Behalve, natuurlijk, wat er nog interessant aan is, is dat we niet zeker weten hoe dat idee werd overgebracht, omdat Homo erectus die deze objecten maakte niet over taal beschikte. Het is moeilijk te begrijpen, maar het is een ongelooflijk feit. Dit object is gemaakt door een hominide voorvader - Homo erectus of Homo ergaster - 50 tot 100.000 jaar geleden voordat taal zich had ontwikkeld. Zich uitstrekkend over een miljoen jaar, is de vuistbijl traditie de langste artistieke traditie in de menselijke en voormenselijke geschiedenis. Tegen het einde van het vuistbijltijdperk, vond Homo sapiens - zoals ze vanaf toen werden genoemd, eindelijk - ongetwijfeld nieuwe manieren om elkaar te vermaken en te verbazen door, wie weet, het vertellen van moppen, verhalen, dansen of haartooi. Ja, haartooi - daar druk ik op.

Voor ons moderne mensen, worden virtuoze technieken gebruikt om imaginaire werelden te creëren in fictie en in films, om intense emoties te uiten met muziek, schilderkunst en dans. Maar toch, een fundamentele eigenschap van de voorouderlijke persoonlijkheid blijft bestaan in ons esthetische hunkeren: de schoonheid die we vinden in kunstige voorstellingen. Van Lascaux en het Louvre tot Carnegie Hall, hebben mensen een permanente ingeboren smaak voor het virtuoze tentoonspreiden van kunst. Wij vinden schoonheid in iets dat goed werd gedaan.

Dus de volgende keer dat je in de etalage van een juwelier een mooi gesneden traanvormige steen ziet, wees er dan niet zo zeker van dat het alleen maar je cultuur is die je vertelt dat dit fonkelende juweel mooi is. Je verre voorouders hielden van die vorm en vonden schoonheid in de vaardigheden die nodig zijn om het te maken, zelfs voordat ze hun liefde konden verwoorden. Zit schoonheid in het oog van de toeschouwer? Nee, ze zit diep in onze geest. Het is een geschenk, doorgegeven vanuit de intelligente vaardigheden en het rijke gevoelsleven van onze oudste voorouders. Onze krachtige reactie op beelden, op de expressie van emotie in de kunst, op de schoonheid van muziek en op de nachtelijke hemel, zal ons en onze nakomelingen bijblijven zolang als de mensheid zal bestaan.

Dank je.

Bron

Originele publicatie: Denis Dutton op TED.com - 1 November 2010